vrijdag 14 november 2014

Mango toer/racekap


De afgelopen vier maanden zijn nieuwe toer/race kappen geïntroduceerd voor de Quest, Strada en Quest XS. Er is een jaar door ons aan gewerkt. De nieuwe serie ziet er niet alleen mooier uit maar maakt de velomobiel duidelijk sneller dan de eerste generatie kappen. De nieuwe kappen hebben dezelfde grote zichthoek zonder dode hoeken.


De laatste maanden bereikten ons nogal wat vragen van Mango rijders of zo'n mooie snelle kap ook voor de Mango beschikbaar zou komen. Met trots kan ik hier melden dat dit nu inderdaad het geval is.


De eerste kap uit de mal wordt door Jan snel voorzien van een vizier en ik kan de eerste foto's maken. Het in kleur of blanke lak spuiten en de complete afwerking met deflector, bedieningspootjes, neopreen beschermingsranden en een eventuele rand rond de liggende deksel, komt later. Piet Kunis, de eigenaar van de Super Mango, komt graag naar Enkhuizen rijden om de foto's op zijn Mango mogelijk te maken.


Piet heeft een Sinner kap, de tweede en vierde foto, die hij heeft voorzien van ruitjes bij de ronde ventilatiegaten. Als Piet zittend in de Mango de nieuwe Velomobielonderdelen.nl Mango kap opzet valt hem het uitstekende zicht op. Ook Piet vindt de nieuwe kap heel mooi passen op de Mango.


De nieuwe kap is lager dan enige andere kap in de handel. Dat kan betekenen dat ie te laag is voor sommige rijders. Geen probleem, de kap kan in iedere gewenste hoogte worden uitgevoerd. Geen 'one size fits all' maar maatwerk.
Dit geldt vanaf vandaag ook voor de kappen voor de Quest, Strada en Quest XS.
De prijs van de Mango toer/racekap is € 495,-. De eventueel verhoogde kappen hebben dezelfde prijs.

dinsdag 11 november 2014

Besparen op elektriciteit


Fietsen is een prettige en duurzame manier van voortbewegen. De laatste tijd is het benodigde vermogen in Watts van verschillende velomobielen een 'topic'. Duurzaam met de fiets is mooi, duurzaamheid in huis verdient eigenlijk veel meer aandacht.

In ons huis is vrijwel alle verlichting LED verlichting. Dat heeft het stroomverbruik flink gereduceerd. Veel sluipverbruik is inmiddels ook geëlimineerd. Ons huis is uitzonderlijk goed geïsoleerd, een bittere noodzaak om met een inhoud van 1300 m3 een nog enigszins acceptabele energierekening te krijgen.

Onze stolpboerderij is voorzien van een warmtepomp. Het relatief hoge stroomverbruik kan natuurlijk moeilijk omlaag gebracht worden. De buitentemperatuur en de wind bepalen dit verbruik.
Maar is er toch niet wat te besparen? Ik ga op onderzoek uit en kom tot enkele schrikbarende conclusies.

In onze warmtepomp zitten drie circulatiepompen, één voor de bronnen, één voor de circulatie in de warmtepomp en één voor de circulatie in de vloer en lage temperatuur radiatoren boven.
Daar maar eens beginnen. Deze circulatiepomp is een Wilo pomp met een verbruik van 205 Watt. Oops, dat is me nogal Watt. Betekent per jaar, hij draait continue, een verbruik van 1800 kWu per jaar, een bedrag van € 360,-.

Een telefoontje naar Wilo is ontnuchterend. De technisch adviseur zegt dat het al enkele jaren verboden is deze pomp te produceren i.v.m. excessief verbruik. De capaciteit blijkt 10x te hoog te zijn. De Wilo man zegt dat ik 3 Hummers heb terwijl een Volkswagen Polo voldoende is.

Een pomp met de werkelijk benodigde capaciteit heeft nu een verbruik van 20 tot 30 Watt. Dan de bronnenpomp. Die is nog zwaarder en verbruikt nu 300 Watt. De pomp in de warmtepomp zelf verbruikt ook 205 Watt. Deze laatste twee pompen draaien 2200 uur per jaar.

Het stroomverbruik van deze drie pompen is maar liefst ruim 2900 kWu op jaarbasis. Met de nieuwste generatie Wilo Pico pompen zal het verbruik dalen naar 350 kWu per jaar voor alle drie pompen samen. Een besparing van 2550 kWu of € 511,-. Nu blijkt ook dat de circulatiepompen ruim 40%, het afgelopen jaar zelfs 50% van het totale verbruik van de warmtepomp bedragen.

De vraag blijft waarom ik dit als particulier zelf moet ontdekken en de oplossing aandragen. Mij dunkt dat hier voor de installatiebranche, Matthijs lees je mee, een fantastische hoeveelheid zinvol werk is te creëren.
Als er geen warmtepomp maar een gewone CV in huis staat, verbruiken de circulatiepompen tussen 80 en 100 Watt. Deze draaien gemiddeld 4000 uur per jaar. Betekent een verbruik van gemiddeld 360 kWu. Bij een elektriciteitsprijs van € 0,23 per kWu is dit een bedrag van € 83,-.
De nieuwe generatie pompen gebruikt tussen 6 en 20 Watt. Dat betekent dat de stroomkosten van de circulatiepomp in de gemiddelde woning met meer dan € 60,- per jaar kan dalen. Een nieuwe pomp kost tegen de € 200,-. Na drie jaar is de pomp betaald uit de besparing, een rendement van ruim 30%. Daarbij steekt de 1,5% die je bij de bank krijgt maar schril af.

Als je je realiseert dat het hier om miljoenen huizen gaat, Nederland telt 7.300.000 woningen, dan kunnen de besparingen astronomisch zijn. Al zou maar de helft van alle woningen de verouderde circulatiepomp vervangen, en de echt zuinige pompen zijn nog maar drie jaar beschikbaar, dan praat je over een besparing van meer dan 1,1 miljard kWu, ofwel 1.100 MegaWatt. In geld is dit € 265.000.000,-. Tweehonderdvijfenzestig miljoen euro. Het lijkt totaal onrealistisch maar het is totaal reëel.

Er is veel discussie over windmolens. Een grote 3 MW windmolen levert rond 7 miljoen kWu (7 MW)per jaar. We zouden 165 van die nuttige maar dure en lelijke molens minder nodig hebben.

Matthijs, er is nog gigantisch veel voor jullie te doen!

Nog een laatste opmerking over energiebesparing. Hoe meer energie je verbruikt, hoe duurder het zou moeten worden. Dat is evenwel niet het geval. Particulieren betalen rond 23 cent per kWu, de industrie maar 5 cent per kWu. Gebruikers die meer dan 10.000 kWu gebruiken, betalen over het verbruik boven 10.000 kWu 9 cent per kWu minder energiebelasting. Dus ook minder btw en minder andere heffingen.
Bedrijven die boven 50.000 kWu verbruiken betalen geen 15 cent energiebelasting, maar slechts 1 cent. De echt grote verbruikers betalen maar € 0,0004 per kWu energiebelasting, vrijwel niks dus.

Eigenlijk zou het precies andersom moeten zijn. Hoe meer je verbruikt, hoe hoger de belasting.
Op de huidige manier is er totaal geen prikkel om energie te besparen. Eigenlijk doen alleen particulieren werkelijk iets aan energiebesparing door de aanschaf van zonnepanelen e.d. Maar diezelfde particulier zal merken dat de overheid hem toch vanaf 2017 gaat terugpakken. Minister Kamp heeft al aangekondigd dat het salderen op de helling gaat.

vrijdag 7 november 2014

VeloTilt lock werkt


Na een lange zoektocht naar de ideale lock voor de VeloTilt ziet het er eindelijk heel goed uit.
In een eerdere blogpost beschreef ik al de lange zoektocht naar de perfecte lock om de VeloTilt tijdens stilstand goed rechtop stil te laten staan.

De laatste ontwikkeling is een variant op het griplock systeem. Iedereen kent dat systeem van de lijmpistolen en lijmtangen. In de VeloTilt is het een stuk ingewikkelder. Allereerst moet het systeem naar twee kanten werken en ook nog eens op een gebogen oppervlak. Om het nog wat moeilijker te maken mogen de onderdelen van het systeem elkaar niet raken tijdens het rijden.

De eerste versies leken het goed te doen. Al gauw bleek dat de fiets steeds naar rechts viel terwijl de VeloTilt naar links muurvast bleef staan. De bogen van de eerste versies waren met de hand afgerond. Al zit er op de boog maar een fractie van een millimeter verschil tussen links en rechts, dan wordt het blokkeerplaatje scheef getrokken en verloopt de blokkering niet goed. Met een speciale frees is de huidige versie afgerond. 

Nadat de nieuwste variant is ingebouwd lopen we direct weer tegen een teleurstelling op. De blokkering doet het nog steeds niet goed. Al gauw blijkt dat het systeem bij belasting van de stoel net tegen de lock aanloopt. Nadat dit verholpen is doet de lock het nu naar beiden zijden perfect. Hoe hard er ook aan de fiets wordt getrokken, de lock geeft geen krimp.
Een compliment aan het team is hier volmondig op zijn plaats. Na iedere tegenslag zijn ze enthousiast met een schone lei opnieuw begonnen.

Nu de lockproblemen opgelost zijn kunnen we de andere zaken aanpakken. We hebben ervaren dat de wielarmen weerstand ondervinden in de zogenaamde drooglooplagers. Dit zijn glijlagers waar de wielarmen om scharnieren. Deze drooglooplagers hebben last van ‘kleef’ die enige losbreekweerstand oplevert. Elke weerstand in het tilting systeem is voelbaar tijdens het rijden.
We gaan nu de drooglooplagers vervangen door grote kogellagers.

Als laatste beginnen we met het maken van een toerkap met afneembare racekap. Testrijden met de fiets op een afgesloten baan gaat uitstekend met de racekap. Voor het rijden op de openbare weg is deze kap minder geschikt.

woensdag 5 november 2014

http://www.bicyclerollingresistance.com


Een Australische lezer van mijn blog maakte me attent op de site bicyclerollingresistance.com.
Deze site is in het Engels en test voornamelijk banden voor racefietsen en mountainbikes.
Ik kende deze site nog niet en mijn Australische lezer schreef me dat de site door een Nederlander wordt gemaakt. Natuurlijk daar een mailtje aan gewijd. En jawel, de maker is Jarno Bierman uit Breda.

Jarno beschikt over een rollenbank die hij heeft voorzien van een traanplaat oppervlak om een normaal wegdek te simuleren. Ik ben geen voorstander van rollenbanken omdat ze meestal een spiegelglad oppervlak hebben en bij kleine afmetingen een ronder indrukkingsvlak maken dan in werkelijkheid op de weg gebeurt. De manier waarop Jarno het doet, zeker in combinatie met de ruwere structuur van zijn drumoppervlak, is in elk geval beter dan de gladde trommels van de grote bandenmerken.

Er staan een aantal interessante onderzoeken op de site. Jarno heeft onderzocht hoeveel de rolweerstand toeneemt bij gebruik van anti-lek vloeistoffen. Ook heeft ie vastgesteld dat deze anti-lekvloeistoffen eigenlijk alleen goed werken bij tubeless banden. Zit de antilek vloeistof in een gewone binnenband dan blijft deze binnenband vaak toch lekken en verdwijnt de lucht langs de velgrand en de ventielopening. Precies dat heb ik enkele keren in de praktijk gezien. Pas bij relatief lage druk dicht de antilek vloeistof nog redelijk. Pomp je de band weer tot zijn normale druk op, dan lekt ie vaak alsnog weer. Feit is dat je zonder band wisselen nog wel thuis komt en dat is zeker een voordeel.

Een ander interessant artikel is het effect van latex binnenbanden in vergelijking met tubeless banden.
Jarno ontdekt hier dat het voordeel van tubeless banden vooral groot is bij relatief lage druk. Bij hogere drukken, drukken waar wij velomobielen mee rijden, is er vrijwel geen verschil tussen een tubeless band en een band met een latex binnenband.

Ik zou zeggen, breng zijn site eens een bezoek, meer dan de moeite waard.

In de komende dagen postings over:
-Mango tourkap en Mango racekap
-Alle kappen van superrace tot toerhoogte bestelbaar
-VeloTilt lock werkt


dinsdag 4 november 2014

Hoe snel is een Quest in vergelijking met een DF XL en een Milan SL MK2?


Op het Duitse Velomobilforum is een verslag te vinden van vergelijkende tests van een DF XL, de groene van Ymte, en een Milan SL MK2. De beide fietsen zijn getest door Daniel Fenn en Hajo Eckstein op een ruim 16 km lange weg zonder scherpe bochten. De metingen zijn gemiddeld uit de heen- en terugweg. De temperatuur was 17 graden C en er was - tussen de bomen - weinig wind. De beide fietsen waren voorzien van een racekap en hadden óf Ultremo ZX óf Schwalbe One banden omgelegd. Beide fietsen waren voorzien van een SRM vermogenmeter.
De resultaten waren als volgt.

Milan SL MK 2
151 watt, 40,17 km per uur
200 watt, 46,91 km per uur
274 watt, 58,14 km per uur

DF Xl groen
141 watt, 40,31 km per uur
187 watt, 47,26 km per uur
267 watt, 58,11 km per uur

Bij het bekijken van deze gegevens dwalen mijn gedachten af naar de snelheden die ik al jarenlang met de SRM meter in mijn Quest meet. Ik kan de resultaten van Daniel en Hajo mooi vergelijken met de resultaten van mijn Quest. En wat blijkt? De Quest lijkt toch duidelijk sneller dan de DF XL en Milan SL MK2. Het beste is dat te zien aan mijn uursrace op de RDW baan in 2013. Mijn gemiddelde vermogen bedroeg toen 207 Watt. Mijn gemiddelde uursnelheid, dus inclusief van 0 km/u op gang komen, bedroeg 58,3 km/u. Dat betekent dat ik met mijn Quest 60 Watt minder vermogen nodig had om 0,2 km/u sneller te rijden dan de DF XL. De Milan heeft zelfs 67 Watt meer nodig om nog een fractie langzamer te rijden dan ik. Mijn Quest was voorzien van wielstroomlijnkappen, Michelin banden en het prototype van de nieuwe toer/racekap.


Ik begrijp uit de tekst op Velomobilforum dat de DF XL achter 2 mm hoogteslag had. Ook was de racekap niet optimaal. Dat zijn de gebruikelijke perikelen van Daniel Fenn :)

Bekijk ik evenwel de SRM resultaten van mijn vele trainingsritten, mijn fiets is dan volledig beladen, twee ongestroomlijnde spiegels en alleen voorzien van een racekap en F-Lite banden, dan rijdt de DF XL bij 187 Watt 47,26 km/u. Bij datzelfde vermogen rij ik gemiddeld dezelfde snelheden als de DF XL, soms zelfs duidelijk sneller.


Dan de hogere snelheden. Tijdens de tijdrit op Texel in 2013 reed ik met heel weinig wind een tijd lang met een vermogen van 244 Watt. Mijn snelheid was op dat moment continue 65 km/u. Ik begrijp dan ook niet dat een DF XL 267 Watt nodig heeft om 58,11 km/u te rijden. Het viel me na de uursrace tijdens CycleVision 2013 wel op dat ik verschillende sterke Duitse rijders in hun Milans achter me wist te houden. Nu begint me te dagen waarom.

Bij alle vergelijkingen moet duidelijk zijn dat mijn Quest wel een carbon versie is, maar alle versterkingen die Velomobiel.nl de laatste jaren heeft aangebracht, ontbreken. Ik heb geen ingelamineerde ronde versterkingsboog rond de achterbrug. Ook heb ik niet de verstijvingen aan de voorste aluminium framebuis. Tenslotte heb ik ook de carbon achterbrug niet. Ook rij ik met een 61-11 tandwielset. Zou ik bijv. een 78 tands voorblad kiezen, dan kan ik achter met een 14 tands tandwiel rijden. Dat verbetert de aandrijfefficiency en dus het vermogen met maar liefst 4 %. De dagelijkse bruikbaarheid vermindert daardoor natuurlijk aanzienlijk en daarom doe ik het niet.
Zou ik het echt willen, dan kan mijn Quest dus nog duidelijk sneller worden.

Alles overziende lijkt het er op dat de DF XL en Milan bij weinig vermogen relatief iets sneller zijn dan de Quest. Naarmate de snelheid toeneemt komt er een punt dat de DF XL en de Milan hun meerdere moeten erkennen in de Quest. Dat is naar mijn mening zeker bij echt hoge snelheden het geval. Tijdens de tijdrit op Texel in 2013 rij ik met 244 Watt 65 km/u, terwijl de DF XL voor ruim 58 km/u al 267 Watt nodig heeft. Natuurlijk zijn de omstandigheden niet gelijk, maar de verschillen in het voordeel van de Quest zijn op hoge snelheden wel erg groot.

Blijft bij mij de vraag waarom er zoveel Quest rijders overstappen in een DF of DF XL? In elk geval is de instap van de DF en DF XL moeilijker. Het rijcomfort is veel spartaanser omdat er geen brede banden mogelijk zijn.
De bagageruimte is beperkter en je mag er niet mee op de rijbaan rijden. Uiteraard is de draaicirkel kleiner en de stabiliteit wat groter. Dat zijn volgens mij niet de belangrijkste argumenten om een DF of DF XL te kiezen.
Blijft het uiterlijk van de DF. De DF ziet er gelikt uit en is zonder meer mooi gemaakt.

Ik blijf benieuwd waarom zoveel rijders de voorkeur aan een DF (XL) geven. Ik wacht de reacties graag af.

NB. Het is uitdrukkelijk niet mijn bedoeling om de DF (XL) in een kwaad daglicht te zetten. Het kan evenwel geen kwaad om de vele luide aanprijzingen van mijn beste vriend Daniel Fenn (DanielDüsentrieb op het forum) in een wat reëler perspectief te plaatsen.
Mochten er in mijn gegevens fouten of anderszins onjuiste conclusies staan, dan ben ik graag bereid om dat direct te corrigeren.

Foto Milan: http://www.cyclesjv.com/






zondag 2 november 2014

Velomobielen in mooie grafiek


Een tijdje geleden werd mij gevraagd of ik wilde meewerken aan een te maken infographic van velomobielen uit heden en verleden. Uiteraard heb ik dat gedaan. Het resultaat is heel fraai geworden.
De grafieken zijn gemaakt door de Deense site http://www.cykelvalg.dk/kabinecykler/
Naast de 30 mooie afbeeldingen zijn ook draaicirkels en snelheidsvergelijkingen opgenomen.







maandag 20 oktober 2014

LEL 2014


Vandaag rijden 23 deelnemers weer de traditionele Lelystad - Enkhuizen - Lelystad of de LEL.
Het weer ziet er niet goed uit. Bft 5 met windstoten van Bft 7 en precies tijdens de wedstrijd regen, zullen het een pittige klus maken.

Ik zet de Quest op de Tesla en zoef geheel elektrisch naar het parkeerterrein bij de sluizen van Lelystad. Het is nog droog en ik kan mooi de wielkappen en voetenbakjes vastplakken. Jan Geel komt aanrijden en helpt nog even met het plakken van de hockeytape. Het is duidelijk minder druk dan vorig jaar. Begrijpelijk, onder deze omstandigheden is het veel zwaarder.

Er zijn veel bekende gezichten en vooral Ymte is trots aanwezig met de nieuwe DF XL. Hij heeft er nog maar 10 km mee gereden en was tot elf uur gisteravond nog bezig met Daniël Fenn om de nieuweling gereed te krijgen. Ik zie bij Ymte en Daniël Schwalbe Ultremo ZX bandjes. Als dat maar goed gaat. Jan Geel is op de heenweg gestuit op een stuk met los asfaltgrit. Tijdens de rijdersmeeting wordt dit door Jan aan iedereen duidelijk gemaakt.

Tegen tweeën, het is inmiddels gaan regenen, begin ik aan mijn race. Ik heb niet de snelle maar kwetsbare Michelin radiaal banden gemonteerd maar de testbanden van Schwalbe. Deze hebben er al 10.000 km opzitten en worden al wat dunner. Ze zijn evenwel iets sneller dan de F-lites en dat is natuurlijk prettig. Wel doe ik Schwalbe Doc Blue anti-lek vloeistof in de binnenbanden om het risico van lekke banden te beperken. De achterband is de trouwe Super Moto met ook daarin een anti-lek band, de Michelin Protek Max. Deze keuze is duidelijk niet de snelste combinatie, maar aankomen is vandaag het belangrijkste. Dat zal straks ook blijken.

Het begin is als altijd meestal snel. De wind komt van achter en ik ben nog uitgerust. Ik zie als maximum snelheid 63 km/u op de Garmin komen. Dat zal niet lang duren. Voorbij de knik in de dijk naar Checkpoint Charly komt de wind over de dijk dwars in. De Quest wordt flink heen en weer gesmeten en er moet heel oplettend worden gestuurd. De dijk ligt vol met stenen die regelmatig in de wielkappen worden geslingerd. Dat maakt een vreselijk lawaai en doet me af en toe nogal schrikken.


De regen wordt af en toe minder maar de dijk blijft nat. Dit is bij uitstek lekke-banden-weer. Ik hoop dat ik er van verschoond blijf. Ik zie al enkele deelnemers met de fiets op zijn kant liggen, lekke banden dus.

Bij het keerpunt is mijn gemiddelde 53 km/u, dat valt me niet mee. Ik word snel omgezet door Martin die met George, Cees en Markjan het keerpunt bemannen. Dan begint het knokken om uit het diepe gat dat een aquaduct heet, omhoog te komen. Als ik boven ben is het een kwestie van weer op snelheid komen. Dat lukt aardig en ik zit al vrij snel weer op 56 km/u. Ik zie steeds meer deelnemers die nog naar het keerpunt moeten. Ik haal steeds fietsers in, maar wordt zelf niet ingehaald.

Voel ik nu kramp in mijn linkervoet komen? Wel verdorie, inderdaad kramp. Dat betekent snelheid minderen en hopen dat het niet te erg wordt. Op het slechte stuk naar Checkpoint Charly daalt de snelheid naar 50 tot 52 km/u. Doordat ik mijn linkerbeen ontzie en meer vermogen trap met rechts, komt er ook lichte kramp in mijn rechterkuit. Dat doet de motivatie geen goed. Voor  Checkpoint Charly gaat de snelheid onderuit naar ruim 49 km/u. De kramp blijft beperkt en met het iets rustiger aandoen kan ik redelijk op gang blijven. Ik verwacht ingehaald te worden door de direct na mij gestarte Harry Lieben. Dit gebeurt toch niet. Als de wind na de bocht vrijwel op kop is daalt de snelheid naar 47 km/u. Ik zie dat mijn hartslag maar 137 slagen per minuut is, wel rustig zo. Als de kramp niet toeneemt kan ik wat meer vermogen leveren. Het lange eind naar de finish, je ziet dat al 8 kilometer voor je er bent, is een hels karwei.


Na een uur en 2 minuten passeer ik de finish. Tot mijn verrassing zie ik mezelf in de uitslag op de vierde plaats staan met gemiddeld 49,2 km/u. Dit is nogal wat minder dan de 53,6 km/u die ik in 2012 reed. Ymte, Theo van Andel en nog wat toppers hebben kennelijk lekke banden gehad, zij staan onder mij in de uitslagenlijst.


De prijsuitreiking is altijd een feest van improvisatie. De winnaar van vandaag, de Duitser Matthias König met zijn Milan is al naar huis. Daniël Fenn ligt te slapen in zijn bus. Geen nood, de nummers 3 tot 5 worden gewoon als de nummers 1, 2 en 3 gehuldigd. De prijs is een punt heerlijke appeltaart, gebakken door de jongste zoon van Ymte en Swanette Sybrandy.

Na nog een plaatje van de Quest op de Tesla te hebben gemaakt, zoef ik weer naar De Woude.

zondag 12 oktober 2014

Toeristen kijken op de Zaanse Schans


Arnold Stokkel stelt via een mailtje voor om samen toeristen te gaan kijken op de Zaanse Schans. Jan Geel, George Krug en Cees Roozendaal gaan ook mee. Arnold woont in Hoorn, dus eerst een ritje naar Hoorn. Het is nog fris en ik laat de hoed op de deelbare kap. Het is mooi weer, een zonnetje en vrijwel geen wind.

Het is even zoeken in Hoorn waar ik, met hulp van de Garmin Montana, eindig voor een schutting en een dichte poort. Even omlopen en ik zie een rode Quest voor de voordeur staan. De ontvangst in huize Stokkel is hartelijk en de koffie met koek prima voor elkaar. Jan is er al, Cees en George staan even later ook voor dezelfde schutting en poort. Cees steekt boven de schutting uit, wordt daardoor door Arnold gespot en mag samen met George via de poort naar binnen :).

Voor vertrek haal ik de hoed van de kap en rij met alleen de zeer comfortabele liggende deksel. Via Oosthuizen rijden we over de schitterende Oostdijk naar Purmerend. Dan naar de Zaanse Schans via de prachtige polders de Beemster en de Wormer. De snelheid is steeds een comfortabele 38 km/u.

Op de Zaanse Schans is het als vanouds gigantisch druk. Van toeristen kijken komt niet veel terecht, de toeristen komen ons bekijken. Dat is natuurlijk ingecalculeerd en het verloopt als altijd. De Aziaten zijn het meest geïnteresseerd. Ze willen allemaal op de foto voor de Questen en liefst ook erin. Dat gaat mij te ver, maar Cees maakt het niks uit. Hij hijst het ene na het andere kind in zijn fiets en ook een Japanse mevrouw mag erin. Uiteraard gaat Cees ook met verschillende Aziatische schonen op de foto, Cees heeft kennelijk honing aan zijn fietsbroek.


Jan houdt het wat technischer. Hij legt belangstellenden onvermoeibaar de werking van de Quest uit. Dat doet ie aan de hand van de doorsnede tekening van Velomobiel.nl. Jan is een ware ambassadeur voor de  producten uit Dronten.

Dan verschijnt er een vriendelijke mevrouw in een fietstaxi. Natuurlijk wil Cees daar wel een stukje mee rijden. Dat mag en Arnold rijdt graag mee als passagier.

We eten en drinken wat en genieten van het mooie stille weer.

Ik vermaak me met mijn nieuwe Panasonic FZ1000 camera. Langere tijd heb ik voor onderweg gebruik gemaakt van Canon compact camera's. Prachtige toestellen maar met een te gering zoombereik. Panasonic heeft een nieuwe compactcamera met grote sensor en met een zoombereik van 25 tot 400 mm. Eerdere pogingen om een royaal zoombereik te krijgen hebben nooit goed uitgepakt. Zelfs de 18-200 zoomlens op de Nikon spiegelreflex bleek kwalitatief onder de maat. Panasonic heeft het ditmaal wel goed voor elkaar. De leverancier belooft me zwart op wit dat als ik over de scherpte niet tevreden ben, ik de camera mag teruggeven.
De testrapporten kloppen volledig. De camera, met Leica lens, blijkt over het hele zoombereik ragscherp. Met 20 miljoen pixels kunnen er zelfs forse deelvergrotingen worden gemaakt.

De foto van de wieken van de molen en de opname hiernaast zijn beide vanaf hetzelfde standpunt gemaakt. Echt fantastisch.

De volgende etappe is De Woude waar we bij ons thuis de koffie met koek goed laten smaken.
Na een uurtje rijden de vier resterende fietsers naar het noorden. Jan Geel heeft kennelijk de gang er stevig in gehad. Na precies een uur meldt ie dat hij de 41 km heeft afgeraffeld.

Al met al een prachtige rit die naar meer smaakt.



maandag 6 oktober 2014

Nieuwe toer/racekappen nu beschikbaar


Er is een jaar gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe serie toer/racekappen voor de Quest, de Quest XS en de Strada. De nieuwe kappen zijn ontwikkeld vanuit mijn racekap die bovenaan dit blog prijkt. Ze zijn lager en aerodynamisch beter. Voorheen werden de kappen altijd uit twee stukken vervaardigd en later aan elkaar gelijmd en gespoten. De kappen zijn nu uit één stuk en dat levert een sterker maar ook een fraaier en sneller geheel op.

In racetrim met de nieuwe kap kan ik een uur lang rond 60 km/u per uur rijden. Enkele rijders met de nieuwe kap hebben een wedstrijd gereden. Hun reactie is unaniem, deze kap is merkbaar sneller dan de vorige versie. De kap past perfect op de Quest, Quest XS en de Strada. Het profiel van de body van de fiets wordt prachtig gevolgd.

De nieuwe serie toer/racekappen behoudt uiteraard de bekende voordelen van een Velomobielonderdelen.nl kap. Dit zijn:

- Ongehinderd zicht rondom, geen hinderlijke delen van de kap in het gezichtsveld
- Maximum comfort, geen gaten in de zijkant, afvoer warme lucht via een smalle spleet aan de achterzijde
- Veilig door laag profiel en laag gewicht
- Beschermt tegen verwondingen bij een koprol
- Mooi uiterlijk.

Eén van de eerste gebruikers is Willem Vierbergen. Willem had eerder een kap uit Texel, nu een kap van Velomobielonderdelen.nl. Willem is overtuigd van de voordelen van de Velomobielonderdelen.nl kap. Hij verwoordt het zo op zijn blog:
Ik ben erg onder de indruk hoe deze "verbeterde" kap afgewerkt is, echt klasse tot in kleine details. Lange flappen klittenband eenvoudig verwijderbaar en af te stellen, bovendien ook weer snel te monteren.
De kap en vizier zijn geheel rammelvrij en goed te fixeren. Het deksel valt mooi in de uitsparing rond het mangat en loopt nergens tegenaan te schuren. De achterzijde loopt netjes vrij van de smurfenmuts en er is toch goede ventilatie aan de achterzijde.

Het rijden is een feest, stil, goed zicht, ook opzij en de deflector doet zichtbaar zijn werk. Ik ben er aardig nat van de regen in gegaan en kon ook in de regen rijdend het vizier goed vrij van condens houden.
Het is heerlijk stil onder de kap, hier is duidelijk de inbreng van Wim merkbaar geen rammeltje of kraakje en veel stelmogelijkheden van het vizier.
Het lage gewicht merk je meteen op als je de kap oppakt om in te stappen en ook tijdens het rijden merk je er niets van. Kortom ik ben in goede mood naar Zwaag afgedaald en ben erg blij met deze kap.
Willem rijdt, net als de meeste gebruikers van een toer/racekap, geen wedstrijden. Hij laat mij later weten dat zijn gemiddelde kruissnelheden met 5 tot 7 km/u zijn toegenomen.
De hogere snelheid van de nieuwe kappen is ook al ervaren door Xander Niezing en Cees Roozendaal. Cees reed tijdens de tijdrit op Texel met ruim 56 km/u gemiddeld, harder dan ooit tevoren. Ook Xander, hij was de eerste die een nieuw model kap ontving, reed kilometers per uur harder dan ie van tevoren had gedacht.

Naast de vaste kappen is ook de gedeelde kap geheel opnieuw ontworpen. De hoed van de kap was voorheen onder de liggende deksel bevestigd. In het nieuwe model is een flens gemonteerd op de liggende deksel. Hierin past de opstaande hoed naadloos. De voordelen zijn:
- Precies gelijk uiterlijk en snelheid als de vaste kap
- Makkelijker monteren doordat de hoed er van boven wordt ingeschoven

- Sterkere constructie doordat de hoed op een sterke flens wordt gemonteerd.

Uiteraard is hèt grote voordeel dat deze kap uit elkaar kan worden gehaald en in de fiets mee kan. Dit is een uniek voordeel dat geen enkele andere kap biedt.
De nieuwe kappen zijn goedkoper geworden dan de vorige generatie.
De kappen zijn met korte levertijden te verkrijgen. Wil je voor de winter comfortabel en snel onderdak zijn, dat kan.


Alle nieuwe producten staan nu in de webshop van Velomobielonderdelen.nl.