vrijdag 25 augustus 2006

Racekap fantastisch en gruwelijk

Vanmorgen vanachter de ramen 'genoten' van een wolkbreuk. Tot 14.00 uur blijft het regenen en ik mag met mijn echtgenote mee naar een jarige neef Ruud Pepping.
Om vier uur ben ik thuis en smeer een flinke klodder siliconenkit op de kabels die achterin de LEDs van stroom voorzien. De draad kan nu niet makkelijk meer van de LEDs worden losgetrokken. Ik pomp de banden op tot 7.5 bar om na het avondeten een proef met de van Velomobiel.nl geleende racekap te doen.
Eerst koop ik een fles poetsmiddel voor harde transparante kunststoffen. De ruit van de kap is tamelijk gekrast en het doorzicht is matig. Het poetsmiddel geeft enig resultaat, maar het wordt niet echt goed. Om half acht, de wind is westelijk kracht 3 Bft en de zon schijnt zelfs nog, zet ik de kap erop en ik rij het dorp uit. Mijn hartslag is hoger dan normaal, het is best wel spannend zo. Ik schakel voor het eerst naar het nieuwe grotere voorblad en weer terug. Dat gaat prima, zeker zo goed als het kleinere blad.
Tot 40 km/u is er weinig verschil te merken. Mijn hartslag is zeker niet lager dan normaal, wel wordt het snel warm in de Quest. Ik zet aan en rij vrij makkelijk 50 km/u. Hiervoor is een hartslag van 137 spm nodig. Dat is maar 2 slagen minder dan zonder racekap. Ik begin flink te zweten en ik vind de warmte onaangenaam. De Quest loopt wel geweldig lang uit. Vlak voor het station kan ik niks meer zien, deels ook omdat mijn bril beslaat. Ik poets de ruit en ben blij voorbij het station weer snelheid te kunnen maken.
Op het mooi vlakke fietspad naar Krommenie is het heel makkelijk om 50 km/u te rijden. Met het nieuwe grotere 55-tands voorblad hou ik makkelijker druk op de pedalen. Heel snel rij ik 54 km/u met hartslag 145. Dat kan ik desnoods uren volhouden. Nu verdient de kap zich wel degelijk, echter.... ten koste van een onaangename warmteopbouw in de fiets. Voor Krommenie moet ik de kap er al snel afhalen. Ik zweet als een otter en ik zie niks meer. Ik wil mijn gewone trainingsrondje maken, achteraf niet verstandig. Ik moet nu enkele verkeerslichten passeren en dat is lastig met de kap op de 'boeg'.
Na wat ge√Įmproviseer in Krommenie kan ik bij Marken-Binnen pas weer snelheid maken. Ik heb nu een lichte tegenwind en ook nu weer fiets ik makkelijk boven de 50 km/u.
Op de pont in Akersloot ben ik zo bezweet dat de pontbaas opmerkt dat al mijn haar op mijn hoofd zit vastgeplakt.
Het laatste stuk naar huis moet ik mijn bril afzetten, de atmosfeer in de Quest bereikt het niveau van een sauna. Ik ben blij weer veilig thuis te zijn.
Conclusie: Bij hoge snelheden, zeg 50 km/u en hoger, is de racekap een winner. Ik schat dat het dan 2 tot 3 km snelheidswinst oplevert. Of ik die winst in de tijdrit van 41 km volgende week zaterdag op Texel kan verzilveren is maar zeer de vraag. Ik heb nu gereden zonder verplichte binnenhelm, een zogenaamde worsthelm. Ik heb zo'n ding wel, maar die beperkt de warmteafgifte verder.
Zoals ik er nu tegenaan kijk rij ik 2 september niet met de racekap maar gewoon met de schuimkap en de tijdrithelm. Harry kan dus rustig slapen.